Oudste huis van Wageningen gevonden?

20150917_124138
Rechts de achterzijde van het vijftiende eeuwse gebouw met links, voorzien van een spaarboog, de aanbouw.

Voorafgaand aan de bouw van het nieuwe stadhuis werden de grondwerkzaamheden in opdracht van de gemeente Wageningen archeologisch begeleid door RAAP. Tijdens het onderzoek zijn volgens de onderzoekers funderingen van een huis uit de vijftiende eeuw, mogelijk zelfs veertiende eeuw gevonden. De vraag is of dit correct is. Het grote formaat baksteen is namelijk ook gebruikt bij de bouw van het kasteel in 1526. Er wordt nog onderzocht of deze bakstenen afkomstig kunnen zijn van de Nijeborg of dat het nieuw stenen zijn. Het is in ieder geval een van de oudste huizen van Wageningen. Aan de zuidzijde werd een aanbouw aangetroffen.  Beide gebouwen zijn te zien op een kaart van Nicolaas van Geelkercken uit 1654.

Microsoft Word - AM13071.rap.definitief.doc
Detail van de kaart van Geelkercken uit 1654 met rechtsonder de kerk de Lawicks Hof met het grote en kleine huis.
20150917_124056
Detail met op de voorgrond een vermoedelijke haardplaats voor de boogvormige inzet in de muur.

Uit eerder onderzoek bleek dat dit gebied in de middeleeuwsen tijnsplichtig was aan de hertog van Gelre (RAAP notitie 4417). Een belangrijke bron voor de kadastrale geschiedenis  is het werk van Anton Zeven. Al rond 1500 was de huisvrouw van Bartolt Hack tijnsplichtig. Deze Bartolt wordt in 1494 genoemd in een document over de verkoop van een huis in Wageningen: ‘belast met 4 gouden rijnsche gulden ‘s jaars aan Bartolt Hack” (Gelders Archief). Sweer van Brakel, schepen en richter, was de volgende eigenaar. Dat een van de notabelen van Wageningen hier woonde, is gezien de plaats van zijn woning en het feit dat deze van steen was gebouwd niet verrassend. Ook werd een vermoedelijke haardplaats aangetroffen.

20150903_135221
De beerput van het kleine huis(?) onder de oude raadszaal.

De vondst van een beerput uit de zeventiende eeuw laat zien dat er nog steeds aanpassingen werden gedaan aan het huis. De vondsten geven een indruk van de status van de bewoners. Het is afwachten of het onderzoek van de vondsten tot een nauwkeurige datering leidt en misschien dat ook de eigenaar kan worden geïdentificeerd. Tijdens het vooronderzoek werd al eerder een tweede beerkelder aangetroffen waarin geen vondsten   werden gedaan. Ook onder de oude raadzaal werd een lege beerput aangetroffen. In de zeventiende eeuw hoorde het tot de Lawickshof waarvan enkele jaren geleden een stukje van de ommuring werd teruggevonden. Het huis werd het grote huis genoemd, de latere Geldersche Crediet Vereeniging, die naast het kleine huis (het postkantoor) stond.

20150917_124239_resized
Negentiende eeuws keldertje.
Microsoft Word - NO4417_WASTH.doc
De Gelderse Crediet Vereeniging in de eerste helft van de twintigste eeuw.

 

 

 

 

 

 

 

In een merkwaardig keldertje werd negentiende eeuws  aardewerk (o.a. Wedgwood) en glas gevonden.  Van de Geldersche Crediet Vereeniging werd onder ander een  betegeld keldertje uit het begin van de twintigste eeuw teruggevonden.

De komende tijd worden de onderzoeksresultaten verder door RAAP uitgewerkt waarmee we een completer beeld hopen te krijgen van de geschiedenis van het centrum van Wageningen. Natuurlijk zal ter zijner tijd hier nogmaals aandacht aan worden besteed. Een deel van de archeologische resten kon behouden blijven. Alleen de funderingssleuven moesten worden onderzocht.

Opmerkelijk is dat de funderingen van de nieuwe raadszaal deels samenvallen met die van het middeleeuwse gebouw. De historie herhaalt zich ; het bestuur keert terug op de plaats waar in de zestiende eeuw de schepen en richter woonde. .

Het kasteel van Wageningen

Tijdens rioolwerkzaamheden werden resten van het kasteel van Wageningen blootgelegd. Zij bleken onverwacht goed te zijn bewaard.

20151005_133442_resized
Ter herinnering: rioolputdeksel uit 1927 geplaatst in het trottoir tegenover de Casteelse Poort.

De geschiedenis van het riool

Begin dit jaar werd het riool in het Bowlespark in Wageningen vervangen. Het riool was bijna 100 jaar oud zoals wordt geïllustreerd door de foto van bijgaand putdeksel. Dankzij de oplettendheid van de wethouder Michiel Uitdehaag is deze in het trottoir teruggeplaatst. Het was niet het eerste riool in Wageningen. Langs het trottoir van het Bowlespark werd nog een voorganger gevonden. Deze dateert waarschijnlijk uit de jaren tachtig van de negentiende eeuw, toen de huidige villawijk werd gebouwd door J.S. Bowles. Overigens is de ‘onderaardse’ gang die jaren geleden onder Bassecour werd gevonden in werkelijkheid een riool uit de negentiende eeuw. Excuses dat ik met deze ‘onthulling’ het spannende verhaal van een onderaardse gang geweld aan doe. Een interessante vraag is of Wageningen in die periode al geheel voorzien was van een riool of alleen de rijkere wijken. In ieder geval was Bowles vooruitstrevend met het vervangen van de poeptonnen door een in deze tijd niet meer weg te denken voorziening.

Imposante muurresten

Dat in het Bowlespark resten van het zestiende eeuwse kasteel verwacht konden worden, was bekend. In de tachtiger jaren van de twintigste eeuw hadden amateur archeologen in het Torckpark immers resten van de noordelijke muur en de torens vrij gelegd. De resten hiervan zijn gerestaureerd en zichtbaar gemaakt voor de bezoekers van dit mooie historische park. Het was echter niet bekend hoe de toestand van de overige ondergrondse resten was en of deze nieuwe informatie kon opleveren.

Vanwege de archeologische verwachting heeft het archeologische bedrijf Synthegra in opdracht van de gemeente Wageningen de rioolwerkzaamheden begeleid. Weliswaar verwachtten we muurresten, maar we waren toch verrast dat de imposante muren (tot 2,5 meter dik) tot vlak onder de straatstenen bewaard waren gebleven. De klinkers van de parkeerplaats boven de toren bleken zelfs direct op de bakstenen van de toren te liggen. Alleen door de aanleg van het riool waren sommige delen weggebroken.

Het kasteel van Wageningen in 1653

De oorsprong van het kasteel

Het kasteel werd door de hertog van Gelre in het begin van de zestiende eeuw gebouwd. Daarbij werd gebruik gemaakt van de stenen van kasteel Nijburg aan de oostzijde van Randwijk. Het moet een ingrijpende onderneming zijn geweest om het oude kasteel af te breken, de stenen af te bikken en vervolgens te vervoeren naar Wageningen. In ieder geval zijn alle muurresten gemaakt van deze grote 28 cm lange bakstenen. Overigens zouden in het midden van de zestiende eeuw nog eens 500.000 stenen zijn gebakken voor verbeteringen aan het kasteel.

De muurresten

Van het kasteel werden resten aangetroffen van de west- en oostmuur en van de twee gebouwen die hierboven te zien zijn: het brouwers- en het bussenhuis.

Nijburg
Op deze lucht foto is rechtsonder kasteel Nijburg te herkennen en linksboven de locatie van het kasteel van Wageningen.

De beide 2,5 meter diep gefundeerde kasteelmuren werden kort na 1526 gebouwd waarbij de oostelijke muur de oudere stadsmuur verving. Overigens was de fundering ook ca. 2,5 meter dik! Opmerkelijk is dat de zuidelijke muur niet werd teruggevonden. De reden hiervan kan zijn dat hier de stadsmuur, die mogelijk minder diep was gefundeerd, niet werd vervangen.

IMGP6818 overzicht
Resten van de zuidoostelijke toren.

Op de zuidoosthoek van het kasteel werden de resten van de zuidoostelijke toren gevonden die twee fasen kende. De oudste toren was voor 1526 kapot geschoten. Enkele grote stukken van stenen kanonskogels met een diameter van ca 40 cm getuigen hiervan. Het betreft een van de muurtorens die op regelmatige afstanden aan de stadsmuur waren toegevoegd. Verder naar het noorden werden mogelijk de resten gevonden van een tweede muurtoren.  Na de verwoesting van de oudste toren werd, om de resten van de oude toren, een grotere toren gebouwd. Bij deze gelegenheid werd ook de oostelijke stadsmuur vervangen door de teruggevonden kasteelmuur.

Het kasteel werd uiteindelijk 1672 door de Franse troepen opgeblazen, getuige een groot deel van de bovenverdieping met gewelfaanzet die in de toren werd teruggevonden.

Naamloos-2
Brouwershuis. Na een bouwstop ging men verder met de bouw.
brouwershuis
Brouwershuis. Tussenmuur met gewelfaanzet.

 

 

 

 

 

 

Ook van de gebouwen binnen de kasteelmuren – het brouwershuis en het bussenhuis – werden de muren teruggevonden. Van het brouwershuis werden verschillende muren teruggevonden waaronder de aanzet van een gewelf. Deze sloot vermoedelijk aan op de gewelfkelder naast het museum. Op de foto is te zien dat de muur in verschillende fasen is opgetrokken. Op de linker foto is een schuin weglopende muur te zien; het einde van een bouwfase waar men later mee verder is gegaan bijvoorbeeld na een winterstop. 

afb3
Bussenhuis. Een spaarboog in de muur.

Bij de bouw van het bussenhuis werd zuinig omgegaan met de stenen. Er werden rechthoekige spaarbogen in de fundering gemaakt waardoor men minder stenen nodig had. Opmerkelijk is dat deze gebouwen met 1 meter dikke muren in het midden van de zestiende eeuw nog van een rieten dak waren voorzien zoals uit de historische bronnen blijkt.20150831_124127

Afgedekt maar niet onzichtbaar

Inmiddels is de bestrating weer aangebracht. Daar waar de muurresten zijn gevonden is een afwijkende steensoort gebruikt waardoor de contouren van het kasteel herkenbaar blijven. Een fragment van de toren is teruggeplaatst in het park als herinnering van het oorspronkelijke gebouw. Binnenkort wordt ook een informatiepaneel geplaatst met beknopte informatie voor voorbijgangers.

Opgraving Barneveld – Harselaar zuid 5

20150923_105759De vondst van een zeldzame jachtpijl wijst op de aanwezigheid van een wildvorster en de graaf/hertog van Gelre.

De graaf van Gelre,  Reinoud II, benoemde in 1326 een aantal vorsters langs de randen van de Veluwe. Brant en Evert van Wedinchem hoorden bij deze beambten. Waarschijnlijk werd het ambt overigens opnieuw bevestigd en bestond het al eerder.

Bij aanvang van het onderzoek werd rekening gehouden met de mogelijkheid dat resten van het wildvorsters goed gevonden zouden worden. Er zijn vier opeenvolgende middeleeuwse erven aangetroffen waaruit geconcludeerd kan worden dat hier al eeuwen een familie woonde. Mogelijk namen zij al langer een bijzondere positie in. Zij bouwden in de tiende eeuw in ieder geval een van de eerste boerderijen. Grote delen van de Geldere Vallei waren vanaf de Romeinse tijd verlaten. De bewoners van een in eerste instantie kleine boerderij verkregen in de loop van de tijd een bijzondere positie. Maar hoe bewijs je dat? Was het erf misschien van een bijzondere aard of zijn er vondsten die een aanwijzing  kunnen geven? We zijn sterk afhankelijk van wat we in de bodem aantreffen.

Luchtfoto met een boerderij uit de 13e eeuw en op de achterrgrond enkele bijgebouwen (foto J. van Uffelen)Eerder werd al opgemerkt dat er iets bijzonders met het erf aan de hand is, maar verder onderzoek moet aantonen hoe dit precies moet worden geduid. Natuurlijk moet je ook een beetje geluk hebben. Twee weken geleden vonden we een belangrijk stukje van de puzzel. Een ongeveer 8 cm lange pijlpunt. Dergelijke zeldzame grote pijlpunten werden gebruikt als jachtpijlen bij de jacht op herten en zwijnen en worden rond de veertiende eeuw gedateerd. Alleen de graaf van Gelre had het recht om op groot wild te jagen. Een jachtpijl is daarom een belangrijke aanwijzing die de verbinding legt tussen de wildvorster van Wedichem, die behulpzaam moest zijn bij de jacht, en de graaf van Gelre. Op onderstaand schilderij is een dergelijke jacht afgebeeld, waarbij de linker jager een vergelijkbare pijl richt op een zwijn. Jammer genoeg weet ik niet van wanneer het schilderij is. Ik houd mij aanbevolen voor verdere informatie over dit schilderij.
pijlpunttypering4

Opgraving Barneveld – Harselaar Zuid, Open dag 4

20150912_132241  Afgelopen zaterdag  werd de opgraving druk bezocht. De bezoekers werden onthaald door een middeleeuws gezelschap van Werkplaats Oddenecht en kregen daarbij uitleg over de kleding en rol van monniken, ministerialen, knapen en lijfeigenen uit de tijd van de gevonden boerderijen. Verderop werden vondsten getoond, konden kinderen enthousiast zelf opgravingen verrichten, werd uitleg gegeven over het hoe en waarom van een opgraving en nog veel meer. De komende weken wordt de opgraving afgerond. Dan begint de periode van analyse waarbij veel specialisten betrokken zijn.

20150912_140330 bewerkt

De scherven moeten worden onderzocht, van de botten wordt bepaald van welke dieren deze afkomstig zijn, stuifmeelkorrels, zaden en granen worden onderzocht, hout gedateerd en de ‘vlekjes’ in het zand verder bekeken. Wanneer over ongeveer 2 jaar al deze onderzoeken klaar zijn hebben we een prachtig beeld van de geschiedenis van dit gebied. We begrijpen dan beter wanneer men hier kon wonen en hoe men leefde. Hopelijk zullen we dan ook weten of de wildvorster Brant van Wedichem hier zijn roots had.

20150912_141731

Opgraving Barneveld – Harselaar Zuid 3

20150828_094508 bewerkt
Net binnen het blauw gemaakte vlak zijn de palen herkenbaar van een mogelijke palissade. Rondom het rode vlak palen van een vermoedelijk gebouw. Voorlopig is nog niet duidelijk hoe het precies zit.

Net binnen de blauwe zone ligt een mogelijke palisade terwijl aan de randen van het rode vlak vermoedelijk een gebouw herkenbaar is.

Zaterdag 12 september (Open Monumentendag) wordt een open dag georganiseerd van 11.00 tot 15.00 uur. Een bijzondere mogelijkheid om kennis te maken met de opgraving en zeldzame resten 
Locatie aan de Wencopperweg 52 achter ‘t Hoefslag in Barneveld.

 

In 1326 stelde de graaf van Gelre Evert en Brant van Wedichem aan als (wild)vorsters op Groot en Klein Wedichem. Zij waren verantwoordelijk voor het innen van vergoedingen voor het gebruik van het bezit van de graaf en werkten als een soort wildbeheerder. In Gelderland waren een twaalftal van deze vorsters aangesteld, maar we weten er weinig van. In Barneveld worden voor het eerst in ons land de archeologische resten van een dergelijk wildvorstersgoed in opdracht van de gemeente Barneveld door Archol onderzocht.
We hadden al resten van boerderijen gevonden uit de elfde tot dertiende eeuw die bewijzen dat hier voor het eerst sinds de ijzertijd weer mensen woonden. De vraag is of een van hen de eerste grafelijk ambtenaar werd of dat iemand van buiten dit ambt ging bekleden en hier als eerste een onderkomen bouwde. Dit laatste lijkt niet het geval te zijn.
We wisten ook niet of hij in een eenvoudige boerderij woonde of dat misschien sprake was van een versterkt gebouw. Dit laatste lijkt inderdaad het geval te zijn. Er is mogelijk een zware cirkelvormige palissade (binnen het blauwe raster zijn de zware paalkuilen van de palissade te zien) en greppel gevonden met aan de rand een houten gebouw (net buiten het rode vlak zijn de bijbehorende paalkuilen zichtbaar). De komende weken moet blijken of het inderdaad een palissade is of misschien een aantal overlappende gebouwen. We weten nog niet hoe oud deze precies is, maar waarschijnlijk uit de veertiende eeuw. Woonde hier de wildvorster die zich enigszins moest kunnen beschermen tegen diegene bij wie hij geld moest innen of tegen stropers? De opgraving biedt een unieke kans om meer over deze grafelijke beambten, hun achtergronden en hun woonstede te weten te komen.

Een schedel met de ruggenwervels is duidelijk herkenbaar.

Op de zandgronden worden meestal geen botresten gevonden. Deze zijn veelal volledig vergaan. Dit geldt ook voor de dierengraven die eerder genoemd zijn. Hier werden alleen nog de tandkapsels aangetroffen. Nader onderzoek moet uitwijzen of het paarden of koeien waren die hier werden begraven. Afgelopen week werden opnieuw enkele kuilen gevonden met daarin het skelet van een varken en enkele runderen. De bijna vergane botten waren nog goed herkenbaar en zijn door een archeozöoloog (iemand gespecialiseerd in dierenbotten) in het veld onderzocht. Van een van de volwassen runderen kon worden vastgesteld dat deze een schofthoogte had van 100 – 110 cm. Een duidelijk ander formaat dan de hedendaagse koeien.

 

Opgraving Barneveld – Harselaar Zuid 2

 

20150813_102138 bewerkt
IJzertijd boerderij met op de voorgrond de boxen waar het vee kon staan en halverwege aan weerszijden de ingang.

Half augustus 2015 zijn weer bijzondere vondsten gedaan. Voor veel mensen zijn de donkere vlekjes in het gele zand niet echt spannend. Wanneer deze echter precies worden ingetekend, tekent zich hier de plattegrond van een meer dan 2000 jaar oude boerderij af! Ieder donker vlekje is ontstaan door het verrotten van een paal die hier heeft gestaan. Op de foto is bij elk wit kaartje een paalspoor gevonden. Vooraan zie je binnen het kader waar de boerderij stond van links naar rechts aan weerszijden 3 of 4 palen. Misschien stonden hier de runderen in stalboxen. Bijzonder is dat hier ook een waterput is gevonden. Deze bevatten vaak verkoolde zaden en stuifmeel dat ons veel kan vertellen over het landschap en de gewassen die men verbouwde. Een enkele keer wordt er ook nog een voorwerp van hout in aangetroffen. Deze kunnen met speciale technieken nauwkeurig worden gedateerd. Tijdens de opgraving worden zoveel mogelijk gegevens verzameld die later worden uitgewerkt waardoor een zo compleet mogelijk verhaal kan worden verteld. Waarschijnlijk was deze boerderij ongeveer honderd jaar voordat Julius Caesar Nederland binnen trok bewoond. Er is tenminste nog een boerderij uit deze periode gevonden of beide gelijktijdig bewoond waren of na elkaar weten we nog niet. Daarvoor moet nog veel analysewerk worden gedaan.
Het volgende nieuwsbericht gaat over een heel bijzondere boerderij uit de tiende tot dertiende eeuw die ook gevonden is. 

 

Op de foto is de grote bootvormige boerderij te zien.

Rondleidingen: Voor iedereen die de eerste resultaten van de opgravingen wil bekijken is er vrijdag 21 augustus de mogelijkheid. Om 13.00 en 14.30 worden er rondleidingen gegeven. Parkeren kan op de parkeerplaats van het zalencentrum Hoefslag aan de Wencopperweg. Verzamelen aan de achterzijde van de parkeerplaats. Bezoekers krijgen deskundige uitleg.

Inmiddels zijn ook twee boerderijen gevonden uit ongeveer de elfde of twaalfde eeuw. Zij stonden op korte afstand van elkaar en wij vermoeden dan ook dat men eerst in de ene boerderij heeft gewoond en na verloop van tijd deze heeft moeten verlaten en een nieuwe heeft gebouwd. Bijzonder is dat er precies tussen de beide boerderijen twee dierengraven zijn gevonden. Op de foto zien we de grootste boerderij met licht gebogen lange zijden. Deze is ongeveer 27 meter lang! Deze boerderijen zijn ouder dan de eerste vermelding van het wildvorstersgoed Wedichem uit 1326. Er was dus al bewoning voordat de graaf van Gelre hier een vorster aanstelde.

20150821_125349_resized

 

 

140 mensen bezochten de open dag op de opgraving Harselaar in Barneveld. De bezoekers werden door deskundigen rondgeleid en waren erg enthousiast dat de deels 2000 jaar oude boerderijen zo goed herkenbaar waren. Voor diegenen die verhinderd waren komt er op een later moment nog een herkansing.

Op de opgraving in Harselaar zijn stuifmeelkorrels en zaadjes belangrijk voor de reconstructie van een fascinerend verleden. Op de eerste foto is in het profiel, een verticale doorsnede van de bodem, vlak boven het gele zand een zwart veenlaagje te zien. Deze is niet door mensen gemaakt, maar het veen bepaalde wel wanneer men hier wel of niet kon wonen. Door het veen te onderzoeken op stuifmeel en te dateren met behulp van de C14 methode kunnen we achterhalen in welke perioden het niet mogelijk was om hier te wonen. Waarschijnlijk brak pas in de ijzertijd (800 v. Chr. tot het begin van de jaartelling) een droge periode aan. IJzertijd boeren vestigden zich toen gedurende enkele honderden jaren in dit gebied. Om dit drassige gebied te ontginnen was het noodzakelijk om het te ontwateren. Daarvoor werd onder ander de greppel gegraven die op de derde foto te zien is. Op dit moment weten we nog niet wanneer dit precies is gebeurt maar deze vraag zal na de opgraving worden beantwoord.
De eerste boeren hebben wel hun spitsporen achtergelaten. Dit is op de tweede foto te zien is. Onder in de zwarte grond en deels net in het gele zand zijn driehoekige verkleuringen te zien. Het zijn de schepafdrukken uit mogelijk de ijzertijd. Hoeveel werk moet het zijn geweest om de grond geschikt te maken voor de akkers?
Al deze gegevens leveren een beeld op van de bewoning en zijn net zo belangrijk als de scherven of boerderijplattegronden.
Afgelopen week is een bijzondere ontdekking gedaan, maar je moet de spanning erin laten.

compositie

Op de opgraving in Harselaar zijn stuifmeelkorrels en zaadjes belangrijk voor de reconstructie van een fascinerend verleden. Op de eerste foto is in het profiel, een verticale doorsnede van de bodem, vlak boven het gele zand een zwart veenlaagje te zien. Deze is niet door mensen gemaakt, maar het veen bepaalde wel wanneer men hier wel of niet kon wonen. Door het veen te onderzoeken op stuifmeel en te dateren met behulp van de C14 methode kunnen we achterhalen in welke perioden het niet mogelijk was om hier te wonen. Waarschijnlijk brak pas in de ijzertijd (800 v. Chr. tot het begin van de jaartelling) een droge periode aan. IJzertijd boeren vestigden zich gedurende enkele honderden jaren in dit gebied. Om dit drassige gebied te ontginnen was het noodzakelijk om het te ontwateren. Daarvoor werd onder ander de greppel gegraven die op de tweede foto te zien is. Op dit moment weten we nog niet wanneer dit precies is gebeurt maar deze vraag zal na de opgraving worden beantwoord.
De eerste boeren hebben wel hun spitsporen achtergelaten. Dit is op de derde foto te zien is. Onder in de zwarte grond en deels net in het gele zand zijn driehoekige verkleuringen te zien. Het zijn de schepafdrukken uit de ijzertijd of de middeleeuwen. Hoeveel werk moet het zijn geweest om de grond geschikt te maken om akkers aan te leggen?
Al deze gegevens leveren een beeld op van de bewoning en zijn net zo belangrijk als de scherven of boerderijplattegronden.
Afgelopen week is een bijzondere ontdekking gedaan.

Opgraving Barneveld – Harselaar Zuid 1

20150806_105935Vier weken geleden is in opdracht van de gemeente Barneveld een groot archeologisch onderzoek van start gegaan als voorbereiding voor de aanleg van een nieuw bedrijventerrein in Harselaar. In totaal worden door Archol meer dan 4 hectare onderzocht. In eerste instantie is een uitgebreid proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Daarbij zijn zeven kernen onderscheiden waar resten van boerderijen zijn aangetroffen. Verder onderzoek moet aantonen uit welke periode deze dateren maar naar verwachting gaat het voornamelijk om ijzertijd boerderijen. Op twee plaatsen zijn sporen gevonden van erven uit de volle en/of late middeleeuwen. Vermoedelijk gaat het daarbij om het wildvorstersgoed Wedinchem dat dateert uit de twaalfde of dertiende eeuw. Het is de eerste keer dat een dergelijk erf van een ambtenaar van de graaf van Gelre wordt onderzocht. Bijzonder is ook dat er veenlaagjes zijn aangetroffen die het mogelijk maken meer kennis te verzamelen over de vernatting van de Gelderse Vallei.